• 1

App MoedINT2 ontwikkeld, eerste JOIN-bouwsteen afgerond

Over de JOIN-bouwsteen van Sterre Leufkens

Sterre LeufkensBinnen het project MoedINT2 ontwikkelde Sterre Leufkens een webapp die NT2-docenten kunnen inzetten in hun onderwijs aan migranten die Nederlands leren. In oktober 2018 rondde zij haar onderzoek af en leverde daarmee ook de eerste bouwsteen binnen de NWA-Startimpuls JOIN.

Lange tijd was het idee dat iemands moedertaal bij het aanleren van een nieuwe taal er niet toe deed, aldus Leufkens, taalwetenschapper aan de UU. Onderzoek wees echter uit dat het juist heel vruchtbaar kan zijn om de moedertaal te benutten in het taalonderwijs. Problemen die migranten ervaren bij het aanleren van het Nederlands verschillen immers. Zo kent het Russisch geen lidwoorden, terwijl er in het Turks geen onderscheid wordt gemaakt tussen hij en zij. Wanneer docenten dit soort informatie hebben kunnen zij veel specifieker inspelen op deze achtergrondkennis. Het Syrisch-Arabisch, bijvoorbeeld, kent ook een lidwoord (een equivalent van ons ‘de/het’). Dat helpt Syriërs wanneer zij Nederlands leren en docenten kunnen hiervan gebruik maken in de begeleiding van hun studenten.

App in acht talen

Binnen de bouwsteen MoedINT2 ontwikkelde Leufkens daarom een app die dit soort moedertaal-afhankelijke problemen in kaart brengt. De eerste versie is nu beschikbaar (www.moedint2.nl) en bevat inmiddels acht talen, zoals het Pools, Tygrinya, Syrisch-Arabisch en Russisch. In de toekomst hoopt Leufkens nog meer talen toe te voegen. De app is in eerste plaats bedoeld voor docenten. Daarnaast ontwikkelde Leufkens in samenwerking met de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) en het Cito binnen de bouwsteen ook oefeningen die studenten moeten helpen.

Gedurende het hele traject werkte Leufkens nauw samen Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) en het Cito. Die samenwerking was ontzettend leerzaam voor beide partijen, aldus Leufkens. Vanuit haar wetenschappelijke achtergrond kon Leufkens inzicht bieden in de structurele kanten van taal, terwijl het SLO juist de nodige didactische kennis kon leveren. Bovendien leverde de samenwerking een fantastische uitbreiding van haar netwerk op, vanwege de brede achterban van beide organisaties in het onderwijsveld.

Verschillende partijen

Wel merkte ze dat beide partijen soms een andere taal spraken. Terwijl zij als onderzoeker vooral benieuwd is naar het waarom achter verschillen in taalverwerving, zijn docenten veel meer gericht op de praktijk en de vraag hoe een taal het beste kan worden aangeleerd. Daarnaast merkte Leufkens dat dingen die voor de ene partij vanzelfsprekend waren, voor de ander totaal onbekend waren. Ook is het van tevoren lastig in te schatten wat didactisch haalbaar is. Dit geldt des te meer voor docenten die te maken hebben met hoge werkdruk en strakke roosters.

Wat bij dit alles enorm goed werkte was het geven van presentaties. Daarmee kon ze uitleg geven over haar aanpak en vervolgens in gesprek gaan met docenten. Het resultaat is een app die volledig afgestemd op en bruikbaar is voor de praktijk van het NT2-onderwijs. De hele samenwerking heeft zo geleid tot nieuwe vormen van kennis, waarvan de ontwikkeling zonder uitwisseling zeker niet mogelijk was geweest. Verder hebben de drie partijen samen aan een vakpublicatie gewerkt dat onlangs gepubliceerd is in het Tijdschrift Taal.

Interdisciplinaire inbedding

De bouwsteen van Leufkens is onderdeel van werkpakket 4 waarin vanuit verschillende disciplines (taalkunde, sociale geografie, sociologie) wordt gezocht naar ‘doeltreffende en werkbare strategieën om processen van het benutten van hulpbronnen te sturen met als doel sociale scheidslijnen te overbruggen’. Ook deze brede interdisciplinaire inbedding van het project leverde nieuwe inzichten en contacten op. Bovendien onderzoeken de projectleiders op dit moment mogelijkheden voor verdere samenwerking in de toekomst.

Zie ook: https://nt2.sites.uu.nl/

logo klein